Zoeken:  
Iets over onze voeding

We eten steeds meer van hetzelfde. Dat is om meerdere redenen ongezond en ongewenst. 
Onderzoeker en wetenschapsjournalist Michael Pollan - tevens briefschrijver aan Barack Obama met de suggestie om een deel van het gazon van het Witte Huis om te spitten voor de aanleg van een biologische moestuin -  beschreef in zijn boek Een pleidooi voor echt eten hoe in de Verenigde Staten momenteel vier gewassen verantwoordelijk zijn voor tweederde van het aantal calorieën dat mensen dagelijks naar binnen werken. Als je weet dat een mens vijftig tot honderd verschillende chemische verbindingen en elementen nodig heeft om gezond te blijven, is het moeilijk te geloven dat we alles wat we nodig hebebn uit een voedingspatroon kunnen halen dat grotendeels bestaat uit bewerkte maïs, sojabonen, rijst en tarwe, aldus Pollan.

                                                     'Meer diversiteit op je bord!'

'Hoewel het lijkt of de supermarktschappen steeds meer keuze en variëteit bieden, is dat vooral toe te schrijven aan een variatie in toevoegingen en verpakkingen. Bewerkte producten met soms lange lijsten smaakstoffen en verbeteraars zijn in opkomst maar verschralen het eigenlijke basisaanbod van voedingsstoffen.'

Probeer zo veel mogelijk biologische producten te gebruiken, zoek tuinderijen en boerderijen in de buurt waar je woont, koop streekproducten. Neem de tijd om met je voeding bezig te zijn, snij zelf je groenten en fruit, verbind je weer met je voeding! 

Er is niets mis met vlees eten, maar het moet wel BEWOGEN  hebben en niet volgestopt zijn met anti-biotica en andere onnatuurlijke middelen. Kies voor biologisch vlees, neem de helft of een derde van wat je gewend bent te eten, dan is het echt niet te duur. Kies voor één vleesloze dag in de week!
Gebruik scharreleieren, vermijd geraffineerde suikers, oerzoet is een prima vervangmiddel als je toch iets in je koffie wilt gebruiken.

Het traditionele mediterrane "dieet", rijk aan groenten, fruit, peulvruchten, noten, volkorenbrood en olijfolie als primaire bron van vet oefent een positieve invloed uit op hart- en vaatziektes, kanker en diabetes. Het bevat gematigde hoeveelheden vis, gevogelte, vlees, zuivelproducten, eieren en wijn. Het mediterrane dieet is arm aan verzadigde vetzuren en bevat een hoog gehalte aan enkelvoudige, onverzadigde vetzuren, voornamelijk afkomstig van olijfolie.
Internationale wetenschappers zijn het hier inmiddels duidelijk over eens.

Om vooruit te komen zullen we een stap terug moeten doen, terug naar de basis!
Bewegen en overgewicht aanpakken horen hier bij.

2009 - Het risico van een depressie wordt verlaagd met een mediterraan eetpatroon. Dat blijkt uit de resultaten van een Spaanse studie.
Het onderzoek kwam voort uit de veronderstelling dat een mediterraan voedingspatroon gunstige effecten op de ontstekingsactiviteit en de algemene gezondheid heeft. Deze factoren zijn mogelijk ook bij het risico van depressie betrokken.
Het onderzoek betrof 10.094 bij aanvang gezonde deelnemers. Voor iedere deelnemer werd een individuele beoordeling gemaakt voor de mate waarin het voedingspatroon aan de mediterrane karakteristieken beantwoorde.
Gedurende de volgperiode van gemiddeld 4,4 jaar werd bij 324 vrouwen en 156 mannen een depressie gediagnosticeerd. Hierbij bleek dat de deelnemers met de meest mediterrane voedingspatronen 26 tot 51% minder kans op een depressie hadden vergeleken met degenen die het minst mediterraan aten. Daarnaast werd gevonden dat naarmate er meer fruit en noten werden gegeten het risico van depressie daalde. Hetzelfde gold voor een hogere inname van groente en een, ten opzichte van verzadigde vetzuren, relatief hogere inname van enkelvoudig onverzadigde vetzuren. Mediterrane voeding is rijk aan groenten, fruit, olijfolie en noten, en bevat naast vlees vooral veel vis.


Bron:
Sánchez-Villegas A, Delgado-Rodríguez M, [..], Martínez-González MA. Association of the Mediterranean dietary pattern with the incidence of depression: the Seguimiento Universidad de Navarra/University of Navarra follow-up (SUN) cohort. Arch Gen Psychiatry 2009; 66(10):1090-8

 

 

{mod_gad}
{mod_rss}
{mod_adv}